Hoogspanningsnetbeheerder Tennet zegt dat er nieuwe gebieden zijn bijgekomen waar het elektriciteitsnet nagenoeg vol zit. Bedrijven en organisaties die een nieuwe aansluiting willen of willen uitbreiden, komen daar op een wachtlijst te staan.
Het gaat om een gebied rondom de haven van Rotterdam, Goeree-Overflakkee, de Flevopolder, Gelderland, Drenthe en Utrecht. Daar gaat het om aansluitingen om elektriciteit af te nemen.
Daarnaast ziet Tennet een snelle groei van zonnepanelen in Groningen, Drenthe en Overijssel. Daar gaat het dus om aansluitingen om juist elektriciteit te leveren. In beide gevallen gaat om het grote verbruikers of leveraars. Voor woningen blijft er plek op het net.
Onderzoek naar 'spitsmijden'
Vanwege de hoge gasprijzen willen veel organisaties versneld van het gas af, zegt Tennet. Ook groeit het aantal wind- en zonneparken onverminderd. Bij Tennet ligt nu voor meer dan 40 gigawatt aan nieuwe aanvragen. Dat is vier keer het huidige verbruik van heel Nederland op een normale dag.
Tennet investeert de komende tien jaar 13 miljard in de versterking van het hoogspanningsnet. Omdat dit niet snel genoeg gaat, komt er onderzoek naar 'spitsmijden' in heel Nederland.
In de Rotterdamse haven zit het hoogspanningsnet nagenoeg vol door een sterk groeiend aantal aanvragen voor onder meer elektrolysers (voor de productie van waterstof), grote elektrische boilers, walstroom (stroomaansluitingen voor schepen), elektrische vrachtwagens en de elektrificatie van allerlei industriële processen. Die aanvragen zijn bij elkaar goed voor 650 megawatt. In verschillende scenario's werd zo'n hoeveelheid pas tegen 2030 verwacht.
Dat het elektriciteitsnet bijna vol is, leidt vaker tot problemen. Hoe komt dat en wat valt eraan te doen? Bekijk onze uitlegvideo:
Apple wil vanaf 2024 chips gebruiken die in de Verenigde Staten zijn geproduceerd. Daarvoor wordt een nieuwe fabriek in de staat Arizona gebouwd, heeft topman Tim Cook volgens persbureau Bloomberg gezegd.
Op dit moment komt verreweg het grootste deel van de chips voor iPhones en MacBooks uit Azië. Zo komt 60 procent van de benodigde processors nu uit Taiwan. Daar is TSMC, de belangrijkste chipleverancier van Apple, gevestigd.
Apple wil minder afhankelijk worden van de productie in Azië. "Het maakt niet uit wat je denkt. Als 60 procent van een specifieke plek afkomstig is, heb je waarschijnlijk geen strategische positie", zei Cook tijdens een bezoek aan Duitsland.
Het gaat waarschijnlijk om een TSMC-fabriek die in de Amerikaanse stad Phoenix wordt gebouwd. Ook zou Apple overwegen nog voor miljarden dollars een grote fabriek te bouwen, meldt The Wall Street Journal.
De Amerikaanse overheid biedt subsidies voor meer chipproductie in eigen land om zo minder afhankelijk te worden van Aziatische landen.
De helft van alle werknemers in de zorg vindt de werkdruk te hoog, blijkt donderdag uit nieuwe cijfers van statistiekbureau CBS. Een jaar eerder was dat nog 42 procent.
De cijfers van het CBS gaan over het tweede kwartaal van dit jaar. Mensen die in de kinderopvang werken, ervaren de meeste werkdruk. Maar ook in de jeugdzorg en bij huisartsenpraktijken vinden werknemers de werkdruk bovengemiddeld hoog.
Naast de hoge werkdruk vinden werknemers in de zorg het werk ook stressvol. Het gaat dan om het werktempo, de hoeveelheid werk en de mogelijkheid om zelf mee te beslissen over de uitvoering van het werk.
Volgens het CBS had 26 procent van de zorgwerknemers in heel 2021 te maken met stressvol werk. Dat is ruim boven het gemiddelde van alle Nederlandse werknemers, dat op 18 procent uitkomt. Alleen in de horeca ervoeren werknemers meer stress.
Het aantal vacatures in de zorg neemt nog steeds toe. In het tweede kwartaal van dit jaar stonden 65.000 vacatures open in de zorg. In het derde kwartaal waren dat er al 68.000. Volgens onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zal het aantal vacatures in 2031 bijna verdubbeld zijn.
Of de hoge werkdruk te maken heeft met het personeelstekort in de branche, durft het CBS niet te zeggen. "Daar hebben wij geen cijfers van", zegt een woordvoerder van het statistiekbureau. "Maar we kunnen het ons wel voorstellen."
Een slordige 3,3 miljard euro. Zoveel moet het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp gaan kosten – nog iets meer dan het huidige traject van de metrolijn. ‘Gruwelijk duur,’ noemt hoogleraar transportbeleid Bert van Wee (TU Delft) de verlenging, die over zo’n tien jaar moet zijn gerealiseerd. “Je kunt je afvragen: is dit voor de bv Nederland het geld waard?”
Al vanaf begin jaren negentig, toen er nog helemaal niet besloten was over de huidige Noord/Zuidlijn, was er een krachtige lobby om de nieuwe metro door gaan te trekken van station Zuid naar de luchthaven. Er is eindeloos aan gerekend en getekend. Nu is er dan eindelijk geld voor vrijgemaakt – daar gingen dertig jaar overheen.
Van Wee: “Kosten-batenanalyses pakten steeds ongunstig uit, omdat er al een hele goede treinverbinding is tussen Amsterdam en Schiphol.” Vorig jaar nog was het Centraal Planbureau uiterst kritisch.
Schipholtunnel als flessenhals
Voorstanders betoogden steevast dat verlenging noodzakelijk is om het wegennet rond Schiphol te ontlasten en om de luchthaven en omgeving beter bereikbaar te maken. Het belangrijkste voordeel is dat de Schipholspoortunnel, die nu een flessenhals vormt, wordt ontlast. De sporen onder Schiphol zitten, inclusief het station, zo vol dat er bij grote drukte gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
“Schiphol is nu het grootste knelpunt in het landelijke NS-netwerk. Door de metro te verlengen kan de NS minder sprinters tussen Amsterdam en Schiphol laten rijden en ontstaat meer ruimte voor internationale treinen en intercity’s door het hele land,” zegt Robert-Jan ter Kuile, vervoersdeskundige bij Deloitte en voormalig strategisch adviseur bij het GVB.
KLM heeft haar toekomstplannen om een deel van de vluchten over korte afstand om te ruilen naar de trein erop afgestemd, wat een van de verklaringen is voor de steun van de luchtvaartsector voor de doorgetrokken metrolijn.
“En de nabijheid van de metro schept ruimte voor woningbouw rondom Hoofddorp en Badhoevedorp,” aldus Ter Kuile. “Bij Badhoevedorp kun je ook een mooie Park-and-Rideplek aanleggen.”
Woningbouw bij Hoofddorp
In verschillende onderzoeken naar de toegevoegde waarde van de verlengde Noord/Zuidlijn zijn de baten qua woningbouw bescheiden, onder andere door veiligheidseisen en geluidszones vanwege de nabijheid van de luchthaven. Al valt bijvoorbeeld woningbouw bij Hoofddorp, waar het eindstation van de metrolijn is gepland, buiten die zones.
Ter Kuile is er niet van onder de indruk. “Vergeleken met andere projecten is de meest recente maatschappelijke kosten-batenanalyse uit 2021 nog vrij positief. Zo’n analyse is heel geschikt om bij een project de verschillende varianten tegen elkaar af te wegen en de meest efficiënte route te kiezen. Het is niet zo’n goede methodiek om iets te zeggen over de absolute waarde van een project, want hoeveel waarde ken je toe aan bijvoorbeeld een uur minder reistijd? Zo’n afweging is altijd een politieke.”
Ter Kuile beaamt dat het ‘gruwelijk duur’ is. “De voordelen zitten echt bij het landelijke NS-netwerk en niet zozeer bij de route tussen Schiphol en Amsterdam. Het bijzondere aan het Amsterdamse metronetwerk is dat het ─ behalve de huidige Noord/Zuidlijn ─ veelal naast de spoorrails ligt. Dat versterk je met deze verlenging naar Schiphol. Het vraagt extra goede afstemming tussen het hoofdrailnet en het metronetwerk. Die moeten niet met elkaar concurreren.”
De nieuwe metrolijn krijgt wel een aparte route vanaf Badhoevedorp en een eigen tunnel naar Schiphol-Centrum en een eindhalte aan de westkant van de terminals.
Rijk betaalt grootste deel
Hoewel hoogleraar Van Wee kritisch is over de toegevoegde waarde van een verlengde Noord/Zuidlijn, snapt hij dat het Amsterdamse stadsbestuur blij is. “Het Rijk betaalt het grootste deel van de kosten. Dus vanuit de gemeente en de regio bezien, snap ik de blijdschap. Maar de gemiddelde Amsterdammer zal denken: ‘wat schiet ik ermee op? Ik kan nu ook al naar Schiphol met het openbaar vervoer.’ Als je niet veel vliegt, heb je weinig aan dit project.”
Daar denken nauw bij de onderhandelingen betrokken bestuurders anders over. Zij denken dat de doorgetrokken Noord/Zuidlijn vooral Amsterdammers trekt die op Schiphol en bij Hoofddorp werken, net zo goed als de verbinding inwoners van het snelgroeiende Haarlemmermeer dichterbij hun werk in de hoofdstad brengt.
Die gemeente is dan ook vurig voorstander van de lijn. Bij Hoofddorp en Badhoevedorp moeten de komende jaren duizenden nieuwbouwhuizen worden neergezet. Het huidige OV-netwerk kan die groei bij lange na niet aan.
Als er bij het ontwerp en aanbesteding geen tegenvallers opduiken, gaat het licht voor de verlengde Noord/Zuidlijn over twee jaar definitief op groen. Dan ontstaan nieuwe werkgebieden in Haarlemmermeer en Amsterdam. Reden ook dat Schiphol en gebiedsontwikkelaar SADC (waarin Amsterdam, Haarlemmermeer, Noord-Holland en Schiphol participeren) 251 miljoen euro meebetalen.
Krimp van Schiphol
De door het kabinet aangekondigde krimp van het aantal vluchten op Schiphol heeft geen invloed op de noodzaak van de doorgetrokken Noord/Zuidlijn, zegt een direct betrokkene bij de onderhandelingen tussen regio en Rijk. “De gevaarlijke knelpunten in de spoortunnel en het NS-station blijven.”
“En die krimp betreft het aantal vluchten, niet het aantal reizigers of het aantal werknemers. Bovendien is de afname voor een periode van vijf jaar. Daarna gaat deze lijn een rol spelen.”
Jouw mening
Wat vind jij van het doortrekken van de Noord/Zuidlijn? Zal het bijvoorbeeld effect hebben op jouw woon-werkverkeer? Stuur je mening (circa 150 woorden) naar hethoogstewoord@parool.nl o.v.v. je voor- en achternaam en woonplaats.
N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Infrastructuur Het kabinet besteedt komende tien jaar 7,5 miljard euro aan infrastructuur. Per project is het bedrag nu bekend, maar dat is nog geen garantie voor uitvoer. Doel is onder meer om de geplande nieuw te bouwen 900.000 woningen goed bereikbaar te maken.
De Noord/Zuidlijn-metro moet vanuit Amsterdam gaan doorrijden naar Schiphol.Foto Olivier Middendorp
Het kabinet heeft maandagmiddag bekendgemaakt in welke grote infrastructuurprojecten het de komende tien jaar in totaal 7,5 miljard euro wil investeren. Er komt 4 miljard beschikbaar voor investeringen in openbaar vervoer, 2,7 miljard euro gaat naar het verbeteren van autowegen en 780 miljoen is gereserveerd voor fietsvervoer.
Het hogere doel van de investeringen is de geplande nieuw te bouwen woningen (900.000 tot en met 2030) goed bereikbaar te maken. Dat blijkt uit de zogeheten MIRT-brief die ministers Hugo de Jonge (Volkshuisvesting, CDA) en Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) maandag naar de Tweede Kamer stuurden. De bekendmakingen zijn de uitkomst van maanden van onderhandelen tussen de verschillende vervoersregio’s en het kabinet. Het resultaat is een lange lijst projecten die, mits ze alle onderzoeks- en planningsfases hebben doorlopen, aanspraak kunnen maken op rijksgelden. Veel van die projecten waren al bekend, of bestaan al en zijn aan vernieuwing toe.
Een flink deel van de gelden gaat naar Amsterdam, waar de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp wordt doorgetrokken. Ook zijn er afspraken over de vernieuwing en uitbreiding van station Zuid en het afmaken van het project Zuidasdok. Bij elkaar is daar een bedrag van 5,4 miljard euro mee gemoeid, waarvan het Rijk 4,1 miljard euro voor zijn rekening neemt.
Voor Zuid-Holland is in totaal 1,56 miljard euro gereserveerd ter verbetering van het spoor en de stations tussen Leiden en Dordrecht. Er zijn plannen om in Leiden en Dordrecht de komende jaren 77.000 woningen te bouwen. Rotterdam krijgt de komende jaren 625 miljoen euro om te investeren in de oeververbindingen, uitbreiding van de ringwegen en een brug tussen de stadsdelen Feijenoord en Kralingen – na de Erasmusbrug en de Willemsbrug een derde grote brug over de Maas.
Ook in Eindhoven worden miljoenen geïnvesteerd: 802 miljoen euro voor verbetering van de bereikbaarheid van de ‘Brainportregio Eindhoven’. Dat geld moet de felbegeerde rechtstreekse busverbinding mogelijk maken naar Veldhoven, waar ASML is gevestigd. Utrecht krijgt geld voor verdere uitwerking van de plannen voor de Merwedelijn, de nieuwe tramlijn tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein, inclusief de mogelijkheid om die tram deels ondergronds aan te leggen.
Verder wordt landelijk 780 miljoen euro gereserveerd voor verbetering van de fietsinfrastructuur. Gemeenten en provincies betalen daar fors aan mee, zo is afgesproken. In het totaal komt zo 1,1 miljard euro beschikbaar. Eenzelfde bedrag wordt uitgetrokken om de doorstroming op de snelwegen te verbeteren: 801 miljoen euro voor uitbreiding van de wegcapaciteit en 300 miljoen voor mobiliteitsmaatregelen ter bevordering van de doorstroming op de ringwegen rond Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam. Met de uitvoering van deze plannen wordt al volgend jaar begonnen.
Onzekerheid
Hoewel er nu concrete bedragen aan projecten zijn gekoppeld, is het tijdspad en de wijze waarop de miljarden worden besteed in veel gevallen nog onzeker. Zolang het kabinet nog geen oplossing heeft voor de stikstofcrisis zullen veel van deze projecten niet of met veel vertraging van de grond komen. Een aantal grote projecten is daarbij nog in de onderzoeksfase, en veel woningbouwplannen zijn nog ‘zacht’ – wat wil zeggen dat er nog geen concrete planning en financiering beschikbaar is.
In het verleden is vaker gebleken dat toegezegde miljarden geen garantie zijn dat de projecten volgens planning van de grond komen. Dit speelt bijvoorbeeld bij de verbreding van de A12 en het doortrekken van de A15. De Raad van State buigt zich momenteel over een bezwaar tegen de bouwplannen op grond van stikstofwetgeving – een uitspraak die mogelijk grote gevolgen heeft voor de bouw van infrastructuur in Nederland.
Werkgevers zijn nog steeds niet in staat om de hoge werkdruk aan te pakken. Bijna 1,3 miljoen mensen in ons land hadden vorig jaar last van burn-outklachten en dat is net zoveel als de periode voor corona. Dat blijkt maandag uit de factsheet Werkstress, gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van onderzoeksbureau TNO en statistiekbureau CBS.
Zo'n 40 procent van de werkgevers geeft aan dat werkdruk tot één van de belangrijkste risico's binnen het bedrijf hoort. Om dit aan te pakken zetten ze vooral in op het verhogen van de autonomie, instellen van een aanspreekpunt en het aanpassen van het werk.
"Maar de afgelopen jaren heeft daar niet veel beweging in gezeten", zegt TNO-onderzoeker Wendela Hooftman. "Het probleem is nog lang niet opgelost."
Zo krijgen werknemers er steeds meer taken bij. "Mensen geven weer vaker aan dat het werk veeleisend is. Ze moeten snel en hard werken, terwijl ze juist minder zeggenschap en vrijheid krijgen hoe zij hun taken uitvoeren. Werknemers en werkgevers moeten daarom met elkaar in gesprek over grenzen, ook of ze bijvoorbeeld wel of niet bereikbaar moeten zijn buiten werktijd", aldus Hooftman.
De toegenomen werkdruk zorgt ervoor dat het ziekteverzuim op een hoog niveau blijft. Ruim vier op de tien werknemers geeft aan dat het nodig is om maatregelen tegen werkstress te treffen en 37 procent van de werknemers geeft aan dat werkdruk of werkstress de reden is dat ze ziek thuiszitten.
Volgens het CBS noemde zo'n 11 procent van de werknemers met een pedagogisch beroep afgelopen jaar werkdruk als belangrijkste reden voor het laatste verzuim. Docenten in het wetenschappelijk en hoger onderwijs en op middelbare scholen gaven dit het vaakst aan. Verzuim door werkdruk werd ook relatief vaak genoemd door werknemers in de ICT, met een creatief- en taalkundig beroep, of in de zorg- en welzijn.
Werknemers afgelopen jaar elf miljoen dagen ziek
De daling in psychische klachten tijdens de coronapandemie heeft zich daarmee niet doorgezet. Dit is ook terug te zien in het aantal verzuimdagen. Afgelopen jaar waren werknemers in totaal elf miljoen dagen ziek vanwege werkstress. In 2020 waren dit er nog negen miljoen.
Daarmee blijven de verzuimkosten voor werkgevers hoog. In 2020 leverde dat een kostenpost op van 2,8 miljard euro. Een jaar daarvoor was dat nog 3,2 miljard euro. Voor 2021 zijn de loonkosten nog niet bekend, maar uitgaande van de gemiddelde loonstijging is de verwachting dat deze rond de 3,3 miljard euro komen te liggen.
Werkgevers zijn nog steeds niet in staat om de hoge werkdruk aan te pakken. Bijna 1,3 miljoen mensen in ons land hadden vorig jaar last van burn-outklachten en dat is net zoveel als de periode voor corona. Dat blijkt maandag uit de factsheet Werkstress, gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van onderzoeksbureau TNO en statistiekbureau CBS.
Zo'n 40 procent van de werkgevers geeft aan dat werkdruk tot één van de belangrijkste risico's binnen het bedrijf hoort. Om dit aan te pakken zetten ze vooral in op het verhogen van de autonomie, instellen van een aanspreekpunt en het aanpassen van het werk.
"Maar de afgelopen jaren heeft daar niet veel beweging in gezeten", zegt TNO-onderzoeker Wendela Hooftman. "Het probleem is nog lang niet opgelost."
Zo krijgen werknemers er steeds meer taken bij. "Mensen geven weer vaker aan dat het werk veeleisend is. Ze moeten snel en hard werken, terwijl ze juist minder zeggenschap en vrijheid krijgen hoe zij hun taken uitvoeren. Werknemers en werkgevers moeten daarom met elkaar in gesprek over grenzen, ook of ze bijvoorbeeld wel of niet bereikbaar moeten zijn buiten werktijd", aldus Hooftman.
De toegenomen werkdruk zorgt ervoor dat het ziekteverzuim op een hoog niveau blijft. Ruim vier op de tien werknemers geeft aan dat het nodig is om maatregelen tegen werkstress te treffen en 37 procent van de werknemers geeft aan dat werkdruk of werkstress de reden is dat ze ziek thuiszitten.
Volgens het CBS noemde zo'n 11 procent van de werknemers met een pedagogisch beroep afgelopen jaar werkdruk als belangrijkste reden voor het laatste verzuim. Docenten in het wetenschappelijk en hoger onderwijs en op middelbare scholen gaven dit het vaakst aan. Verzuim door werkdruk werd ook relatief vaak genoemd door werknemers in de ICT, met een creatief- en taalkundig beroep, of in de zorg- en welzijn.
Werknemers afgelopen jaar elf miljoen dagen ziek
De daling in psychische klachten tijdens de coronapandemie heeft zich daarmee niet doorgezet. Dit is ook terug te zien in het aantal verzuimdagen. Afgelopen jaar waren werknemers in totaal elf miljoen dagen ziek vanwege werkstress. In 2020 waren dit er nog negen miljoen.
Daarmee blijven de verzuimkosten voor werkgevers hoog. In 2020 leverde dat een kostenpost op van 2,8 miljard euro. Een jaar daarvoor was dat nog 3,2 miljard euro. Voor 2021 zijn de loonkosten nog niet bekend, maar uitgaande van de gemiddelde loonstijging is de verwachting dat deze rond de 3,3 miljard euro komen te liggen.